De NIO wordt vaak geassocieerd met groep 8, maar kan ook in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs (VO) als aanvullende informatiebron worden ingezet. In de brugklas kunnen vragen ontstaan over plaatsing, op- of afstroom en de aansluiting tussen cognitieve mogelijkheden en schoolprestaties.
Second opinion bij twijfel
In het eerste jaar van de middelbare school kan er twijfel ontstaan. Een leerling op de havo haalt bijvoorbeeld moeizame cijfers. Mogelijke verklaringen kunnen liggen in motivatie, werkhouding, didactische aansluiting, taalontwikkeling of cognitieve belasting. Een NIO-afname kan aanvullende informatie geven over cognitieve mogelijkheden, maar moet altijd samen met schoolresultaten, observaties en andere relevante gegevens worden geïnterpreteerd.
Onderbouwing voor opstroom
Aan de andere kant zijn er leerlingen die in de brugklas sterker gaan presteren dan eerder werd verwacht. De school kan de NIO gebruiken als één aanvullende bron om te onderzoeken of cognitieve mogelijkheden passen bij de vraag naar opstroom, bijvoorbeeld van vmbo-t naar havo. De uiteindelijke beslissing hoort altijd te worden gebaseerd op meerdere bronnen en de ontwikkeling van de leerling over tijd.
De Brede Brugklas
Voor scholen met een brede brugklas of dakpanklassen (bijvoorbeeld havo/vwo) kan de NIO aan het einde van het eerste of tweede jaar één aanvullende informatiebron zijn bij de bespreking van een passend vervolg. De testuitslag wordt daarbij in samenhang met prestaties, ontwikkeling, observaties en andere relevante gegevens gewogen.